13 cm ATV zender
Door Henk van den Hof, PE1BVJ
Inleiding
Deze ATV zender is zo opgezet dat hij met enige modificaties ook als ATV zender voor de23 cm band dienst kan doen (zie 23 cm ATV zender). Indien u dit wenst kunt de VFO afstemming vervangen door een PLL (zie 23 cm ATV PLL).
Frequentiebereik 2300 -2450 MHz
Uitgangsvermogen 40 mW
Audiosubcarrier 5 MHz tot 7,5 MHz
Audio-ingang regelbaar
Video-ingang 1 Volt tt
Video-impedantie 75 Ohm
Voedingsspanning 12 Volt tot 13,8 Volt
Afmetingen 111 x 55 x 30 mm

Werking
Het hart van de zender is de 2.350 GHz oscillator opgebouwd rond U1 . Het 2.35 GHz signaal wordt uitgekoppeld via C4, gebufferd door U2 en versterkt door U3. U1 is een MAR3 die als oscillator fungeert. U2 is een INA10368: een soort super MAR van HP. U3 is een MAV11, een MAR variant die meer uitgangsvermogen levert. Met C6 wordt de frequentie grof ingesteld. Met R113 wordt de centerfrequentie ingesteld. Met R901 is de normale afstemming mogelijk. Het baseband signaal wordt via een laagdoorlaatfilter, C7/L103/R129/C119/L102 en C118, op de varicapdiode D1 gezet. Het baseband signaal bestaat uit twee componenten: enerzijds het videosignaal dat met pre-emphasis is bewerkt en anderzijds de FM geluid hulpdraaggolf van 5 – 7,5 MHz. De pre-emphasis van het videosignaal is niets anders dan het opvoeren van de hogere frequenties volgens een voorgeschreven karakteristiek (CCIR 405-1). In deze zender gebeurt dit door de versterking van de versterker U101A frequentieafhankelijk te maken met het netwerk R108/R109/C104. Ook FM geluid hulpdraaggolf doorloopt deze schakeling. Het videosignaal komt via instelpotmeter R103 op de eerste ingang van U101A. op de andere ingang komt de FM geluid hulpdraaggolf te staan. Met R114 is het niveau van de hulpdraaggolf in te stellen. De FM geluid hulpdraaggolf wordt als volgt opgewekt. Het audio signaal komt binnen via instelpotmeter R116 en wordt versterkt door Q1. In de emitter van Q1 zit het preemphasis netwerk voor het audio signaal. De eerste ingangsdifferentiaalversterker van U101B is als collpits oscillator geschakeld. De rest van U101B fungeert als bufferversterker. De frequentie van de geluid hulpdraaggolf is in te stellen met R122. De voedingsspanningen voor de zender worden verzorgt door twee spanningstabilisatoren. U201 verzorgt uitsluitend de spanning van de oscillator. Er is buiten de HF uitgang een tweede uitgang gerealiseerd. Deze tweede uitgang kan gebruikt worden voor een frequentieteller of als signaal output naar een PLL. (zie 23 cm PLL).


Bouwbeschrijving
Als eerste gaat u de gaatjes in de print boren met boortjes van de juiste diameter. Boor ook de uitsparingen voor U1/U2 en U3 op maat en controleer of de in- en uitgangen van U1/U2/U3 geen sluiting maken met het massavlak. Boor de kleine gaatjes naast de massa-aansluitingen van U1/U2/U3 en aan de anode kant van D1 en D2. Boor in de zijkanten van het blikken doosje de gaten voor de connectoren en de doorvoercondensatoren zoals in de tekening is aangegeven. U hoeft in slecht een helft van het doosje de gaten te boren.

Instelpotmeters R103, R113, R114
1k Ohm
R101 82 Ohm
R104, R105, R106, R107, R108, R110, R118, R124, R125, R126, R127 8,2k Ohm
R109, R111, R115, R120, R121, R129 2,2k Ohm
R102, R112 1k Ohm
R4 47 Ohm
R117, R123 47k Ohm
R119 220 Ohm
R128 330 Ohm
C116, C103 470 pF
C112 47 pF
C113 100 pF
D101 BB212
C10, C111, C13 1 nF
Instelpotmeter R122, R116 50k Ohm
U202 78L08
U201 7808
C102, C106, C114, C115 470 pF
C104, C118 47 pF
C107, C119 100 pF
C109 22 nF
C110, C124, C210, C202, C203 100 nF
C108 1 uF *
* Let op polariteit: streep = plus !
C101, C105, C117, C204 22 uF/16V
U101 NE5592
Q1 BC548
U3 MAV11: U3 wordt in het 4 mm gat gemonteerd, en wel zo dat de massapootjes aan
de massazijde direct plat op het massavlak gesoldeerd kunnen worden. De in- en
uitgangspootjes worden zo omgebogen dat ze door de gaatjes heen aan de
onderzijde aan de printsporen gesoldeerd kunnen worden. De uitgang van de MAV11
is gemerkt met een stip. Nu komen de SMD componenten aan de beurt.
C4 0,5 pF SMD, soldeer C4 alleen de kant aan U2 vast
R1 120 Ohm SMD, soldeer R1 alleen aan de kant vanL1 vast
U1 MAR3: Zorg er voor dat de in- en uitgangpootjes geen sluiting maken met het
massavlak. Verbind de vier gaatjes naast de massa-aansluitingen van U1 met een
stukje draad door naar de massa zijde. De ingang van de MAR3 is gemerkt met een
stip of schuine poot.Soldeer alleen de massapootjes.
U2 INA-10368: Zorg er voor dat de in- en uitgangpootjes geen sluiting maken met
het massavlak. Verbind de vier gaatjes naast de massa-aansluitingen van U2 met
een stukje draad door naar de massa zijde. De ingang van de INA-10368 is gemerkt
met een stip of schuine poot. Soldeer alleen de massapootjes.
C3, C2 10 pF SMD , soldeer C2, C3 alleen aan de kant van U1 vast.
C6 sky-trimmer 5pF langs de SMD kant. Buig eerst het platte pootje om en kort
deze in tot 1,5mm.
D1 BB811
R2 2k2 SMD
C5 1pF SMD, en laat daarbij het soldeer doorvloeien tot D1 en R2 ook vast
zitten.
C8, C9 10 pF SMD
C12 0,5 pF SMD
C1, C7, C11, C14 47 pF SMD
L1, L2, L3, L4 47 nH SMD
L101 4,7uH SMD
L102, L103 10uH SMD
R3 15 Ohm SMD
R5 150 Ohm SMD
R6 56 Ohm SMD