ARDF wat is dat eigenlijk?

ARDF is de afkorting uit het engels voor Amateur Radio Direction Finding. Een sport waarbij verstopte zenders opgespoord moeten worden. ARDF is beter bekend onder de naam "vossenjacht". Maar het heeft absoluut niets met jagen op echte vossen te maken. Terwijl vossenjacht bij ons als hobby wordt beschouwd, was het vroeger in de Oostbloklanden een verplichte discipline in het leger en jeugdverenigingen.
Op de foto hieronder ziet u een deelneemster in actie tijdens een ARDF wedstrijd.

Een deelneemster in actie tijdens een ARDF-wedstrijd.
Foto gemaakt door Bernd & Sylke Höfner
DL1AQ en DG4AAN

Vossenjachten worden al gehouden zolang er radio bestaat en er amateurs zijn die zich met radio bezig houden. Toch is er in de loop der jaren veel aan deze sport veranderd. Op een foto van voor de oorlog, was te zien dat vossenjacht vroeger nog een echt familie gebeuren was. Vader, moeder en de kinderen, allemaal in hun zondagse pak en goed gepoetste schoenen, gingen samen op zoek om de "geheime zender" te vinden.

Zelfs tot in de jaren vijftig, toen de transistor weliswaar al was uitgevonden, maar nog niet was doorgedrongen in de amateur wereld, was vossenjacht iets waarvoor minimaal drie mensen nodig waren. Eén man droeg de ontvanger, één man droeg de antenne en een derde man droeg de zware loodaccu die nodig was om de lampen in de ontvanger te voeden.

De vos was in die tijd meestal iemand die zich opofferde om, voorzien van de nodige proviand, ergens in het bos met zijn zender te gaan uitzenden. Hij moest wel constant blijven seinen, anders raakten de jagers het spoor bijster.

Afgezien van wat veranderingen in de apparatuur waarmee gewerkt werd, bleef de sport tot in de jaren zeventig vrijwel ongewijzigd. Tot dan toe had men steeds maar één zender gezocht die door iemand bediend moest worden. Alle vossenjachten speelden zich af op lokaal vlak en van internationale wedstrijden was nog nauwelijks sprake. Waarschijnlijk weer in de Oostbloklanden, ik weet dat niet precies, is dan de huidige ARDF ontstaan die vele beoefenaars kent over de hele wereld.

Bij ARDF moet niet één zender gezocht worden maar vijf. Elke zender zendt telkens maar een minuut. Wanneer zender 5 aan de beurt geweest is, begint zender 1 weer opnieuw. Alle zenders werken op dezelfde frequentie. Om ze van elkaar te kunnen onderscheiden zenden ze in morse de onderstaande herkenning uit.

zender 1 --> MOE
zender 2 --> MOI
zender 3 --> MOS
zender 4 --> MOH
zender 5 --> MO5
finish --> MO

Klik op de zenders om de signalen te beluisteren

Ook voor niet telegrafisten zijn deze morse signalen goed te onderscheiden. Het aantal geseinde punten aan het einde van het signaal komt steeds overeen met het nummer van de zender. Telkens vooraf gegaan door twee en drie lange strepen.

Wanneer de zender die men zoekt vier minuten pauze heeft, kan men afhankelijk van de omstandigheden zelf bepalen wat de beste tactiek is. Zo kan men in de tussenliggende tijd de posities van de andere zenders bepalen, om ze later gemakkelijker te vinden. Maar men kan ook, wanneer men de gepeilde richting op het kompas heeft vast gelegd, verder blijven lopen in de richting van de zender. Door ervaring leert men snel welke tactiek de beste is.

Om alle zenders te zoeken krijgen de deelnemers twee uur de tijd. Meestal starten ze niet allemaal tegelijk, maar om de vijf minuten in kleine groepjes. De volgorde waarin ze zenders zoeken is vrij te bepalen. Om een goede score te behalen is het echter aan te raden om in de eerste vijf minuten al grof te bepalen waar de zenders ongeveer zitten en aan de hand daarvan de kortst mogelijke weg te bepalen. Bij de start ontvangen de deelnemers ook een stafkaart van het terrein en een controle kaart waarin ze bij elke zender, met een daar aangebrachte tang, een gaatje moeten knippen. Bij de zenders is meestal een oranje-wit gekleurd vlaggetje aangebracht zodat de zender en de kniptang gemakkelijk gevonden kunnen worden wanneer men eenmaal binnen een afstand van enkele meters is gekomen.

Wanneer alle zenders gevonden zijn moeten de deelnemers naar de finish. Meestal is dat hetzelfde punt vanwaar gestart is. Om de finish gemakkelijker terug te kunnen vinden werkt bij de finish een zesde zender die op een andere frequentie continu in morse het signaal "MO" uitzendt. Bij de finish wordt de eindtijd opgenomen door de wedstrijdleider of scheidsrechter. De deelnemer die alle zenders in de kortste tijd heeft weten te vinden is de winnaar. Bij veel wedstrijden krijgen de deelnemers punten toegekend. Naarmate ze beter scoren is het aantal punten hoger. In Duitsland kunnen deelnemers met deze punten een fraai diploma van de DARC (Deutsche Amateur Radio Club) verdienen.

Hoewel het tot nu toe simpel lijkt, komt bij het vinden van de zenders toch het een en ander kijken. Het spreekt vanzelf dat de deelnemers om een goede score te behalen, een goede lichamelijke conditie moeten hebben. Hoewel het vrij staat om de wedstrijd als zondagswandeling te gebruiken, proberen de meeste deelnemers het parcours toch hardlopend af te leggen. Ze zijn daarom dan ook niet meer gekleed als voor de oorlog, maar dragen meestal lichte sportkleding en loopschoenen. De ontvangers en antennes die ze meedragen wegen meestal nog maar een paar honderd gram. Verder is het belangrijk om behalve goed te kunnen peilen en de afstand in te schatten, ook te beschikken over een goed oriëntatievermogen. Vooral bij vermoeidheid worden aan het oriëntatievermogen soms zware eisen gesteld. Eveneens is het zeer belangrijk om goed te kunnen omgaan met het kompas en zo voortdurend te weten waar men zich op de kaart bevindt. Geoefende lopers kunnen hierdoor moeilijke hindernissen ontwijken, waardoor ze hun krachten weten te sparen.

U wil meedoen.
Hoewel bij een ARDF wedstrijd zenders gebruikt worden waarvoor een vergunning nodig is, geldt dat niet voor de deelnemers. Iedereen mag vrij en gratis meedoen. Als u nog geen peilontvanger heeft, kan er meestal wel een geleend worden van de radio amateur die de wedstrijd inricht. Ook is het niet nodig om direct loopschoenen en sportkleding aan te schaffen. Op de wedstrijden zijn altijd voldoende deelnemers die bereid zijn om u voldoende wegwijs te maken in het gebruik van de peilontvanger.

Er zijn twee soorten ARDF.
ARDF wedstrijden kunnen op een golflengte van 80 meter of op 2 meter gehouden worden. Behalve dat de peilontvangers er wat verschillend uitzien, is ook de voortplanting van deze golven nogal verschillend. 80 meter golven hebben de eigenschap zich niet te laten afbuigen door bomen of heuvels. 2 meter golven daarentegen worden gemakkelijk gereflecteerd door bomen en heuvels en andere obstakels. Vooral wanneer het bos na een regenbui nog nat is, vraagt het peilen op 2 meter nogal wat ervaring. Op ARDF kampioenschappen moet altijd op beide golflengtes gepeild worden. Bij de andere wedstrijden wordt zo veel mogelijk afwisselend op 80 meter of 2 meter gepeild, om de training optimaal te maken. Het af te leggen parcours is meestal tussen 5 en 10 Km.

Het milieu en ARDF.
ARDF wedstrijden richten volstrekt geen schade aan aan het milieu. De inrichters en wedstrijdleiders zorgen ervoor dat de deelnemers de zenders kunnen bereiken zonder de wandelpaden te verlaten. Zij zorgen er bovendien voor dat de deelnemers niet in vogelbroedgebieden of jonge aanplantingen en dergelijke kunnen komen.

Wat cijfers.
Per jaar houdt het ARDF-team Belgium ongeveer 20 wedstrijden. Het aantal deelnemers is gemiddeld ongeveer 25. Regelmatig worden de wedstrijden ook bezocht door deelnemers uit de ons omringende landen. Afwisselend worden er elk jaar ergens Europese of Wereldkampioenschappen gehouden. In 2000 werden de 10de Wereldkampioenschappen gehouden in Nanjing China. Er namen 30 verschillende landen aan deel, waaronder ook deelnemers van het ARDF-team Belgium.

Jo Somers PA0SOM
15 januari 2001

__________________________________
[Top][Home][Kalender][Mail auteur]